Keurboeken uit Limburg
(B)
Lummen - 1556,
1596, 1605, 1616...1722
Bewerkt door Mathieu
Vandenbosch
Cueren ende statuten geordineert, gecuert ende gestatueert by
die drye wetten des lands Lummen.
Anno xvC lvi ende daar naar andermaals vernieuwt, anno xvC xcvi ende nu
derdemael, anno xviC ende vyff.
- In den eerste ende voor al, alsoo sonderlingen staan te punieren en te
straffen die tegen de goddelyck majesteit sondigen ende misdoen, is geordineert
dat niemant hem en sal vervorderen eenige onbetamelycke eede te sweeren, als by
Godt oft syne gebenedyde lyden, die HH. Sacramenten oft diergelijcken, nogh
eenige blasphemie spreecken, op die verbeurte van xx st. ende twee tortsen in
die kercke altyt des sondaags in den dienst te branden, voor die eerste reyse,
voor die tweede reyse dobbel, voor die derde reyse op peene van twelff uren aen
de kaek te staan oft een gloyen eyser syn tonge gesteecken te worden, ende een
jegelyck sulcx hoorende sal mogen calangeren.
- Dat niemant op sondagen, L. Vrouwen dagen, apostel oft andere hoogweerdige
feestdagen sal brauwen, nog tonnen, nog bier uyt leveren oft voeren, nog eenige
kerweyen doen, als van hout, stroye oft diergelycke te voeren, nog oock imande
onder den dienst der hooge misse ende vespere oft vier hoogtyden, oft naar den
thien uuren in den naght, wel verstaande des somers naar de thien uuren, en des
winters naar de negen uuren, bier tappen oft eenige uytlendige personen op
hauden, als alleen persoonen die over wegh gaan, op die verbeurte van twee goude
realen, aenbrenger altyt het derde part.
- Dat brauwers, tappers, backers, cooplieden en cremers sullen een iegelycken
het syne ende behoorelycke mate geven, naar den alden heircomen, uitleveren ende
ontfangen ende vercopen met die goede ende gewigte als binnen der stadt Diest,
op de verbeurte van maten, ponden ende gewigten ende op eene peene van drie
goude realen oft anders gestraft worden na den landregt.
- Dat alle brauwers sullen moeten kleyn bier maken, als sy ander bier brauwen,
om den armen ondersaet te geriefven die het selve met den pot oft andersints
begeren te halen, op peene van eenen carolus gulden.
- Dat sy geene ondersaten bier voor hun gelt en sullen weygeren te tappen, die
't selve met den pot tot hunnen huysen comen halen oft versoecken, want sy 't in
den kelder hebben, op de peene van eene tonne biers.
- Sullen die selve oock, voor den gaande man oft die geene die tot hunne huysen
sullen drincken comen, gehouden syn te geven eene kanne wesende ruymer ende
groter dan als de wyn kannen, op sulke pegel als by die drie wetten eertyts is
verdragen, op die verbeurte van drie carolus guldens, ende overmits dubium was
van den woorde: "groter ende ruymer als die wyn maten" is by scepenen
der dry justicien, op den lesten Aprilis anno 1637, geexpliceert dat die kannen
in 't bier uyt tappen sullen groter syn het thiende deel als die wyn maten.
- Die molders sullen oock eenen iederen goet gerieft doen, ende het syne geven,
nemende hunne behoorelycke molster, naar den alden heircomen, op peene van
gecorrigeert te worden nae den landregt, ende dat niemant, op sondagen oft
heylige dagen, sal ter molen varen, op verbeurte van de granen.
- Item dat niemant uytlendige persoonen, binnen den landen van Lummen niet
geboren, daar den H. Geest oft nabueren nu oft in toecomende mede belast soude
mogen syn oft worden, nog huysen oft erven en verhueren, op die peene van vyf
goude realen ende voorts den last oft toecomende schaade van den H. Geest ende
naebueren aen die verhuerders te verhalen, welcke verhuurders nochtans gehouden
sullen syn, binnen veertien dagen na die publicatie, suffisante borge te stellen
oft vervallen in die pene als voor.
- Dat niemant der goeder luyden tuynen, stiechelen nog haut en sal affbreecken,
affhauden oft wegdragen, op pene, voor de eerste reyse van twee goude realen,
voor de tweede reyse, van twee uren, op het hoogste van den dag, aen de kaek te
staen ende der clagender partye haer schade vergauwen; een ieder sal mogen het
haut hem affnemen.
- Niemant en sal der goeder luyden oogstblommen, hoffcruyt oft diergelycke
halen nog nemen nog te quade brengen, met dage oft nagte, op peene van twee
carolus guldens, voor de eerste reyse, voor die tweede reyse, aen die kaek
gestelt te worden.
- Niemant en sal ongewonelyke wegen gaan oft maken door die goeder luyden
erven nog oock gewonelycke wegen verdryven, op die peene van twee carolus
guldens, voor d' eerste reyse, die tweed reyse dubbelt.
- Niemant sal op eenige lieden erven mogen eenig gras, cruyt, distelen,
notelen oft diergelycke cruyden snyden nog halen in eenige maniere, op peene van
eenen carolus gulden ten eersten, die tweede reyse dobbel, die derde reyse op
exemplaire straffe ter discretien van den gerigte.
- Alle die geenen die van den heere eenige paalingen hebben opgenomen, en alle
erftlieden die gelegen syn aan de gemeyne straten, die sullen hen holen wegen
ende uytschieten die aarde ter straat waarts, ende oft imant eenige vedden uyt
die voorsch. holen voerde, sal gehouden syn tertont soo veel eerde daar tegen in
die straate te voeren daar des van node wesen sal, op de boete van xxx stuivers.
- Alle gebuerten sullen t'samen der handt comen alle saterdagen, ten tyde als
't gecondigt sal worden, omme die straten te maacken, ende die dienaers de
schellen luyden twee uren naar noen, ende niet van der hant gaan sonder consent
van den bouwmeester, die van saterdage tot saterdag sal moeten gecosen worden,
op die peene van x oude groote.
- Niemant en sal op de gemeyne straten groes oft gras dragende mayen, putten
oft poelen nog leem, nog savel halen, nog denselven gemeyne aerdt van groenwasch
bleeken in eenige maniere, op eene boete van seven schellingen.
- Soo wie ook eenige leem is haelende op die gemyn straten ende uytgravende,
sal gehouden syn, voor elcke kerre leems, eene kerre in die plaets te voeren, op
eene peene van ses oude grooten.
- Niemant en sal ook het mest vergeren van de groene straten oft vroenten, op
eene boete van drie alde grooten.
- Item, die den savel overdryven oft haelen die gekeurt ift geteekent is met
den gemeyne verdragen, sal vereuren een dobbel boete van seven schellingen.
- Item, niemant en sal eerde oft savel halen tot Coursel in de Savelstraat,
tusschen beyde die veltgaers, welke straat met den Breedonck en alle andere
straten gekeurt worden, ende alle savel schellen; dat niemant met schaepen daar
op hueden en sal, op eene peene van seven schellingen, die tweede reyse die
scheper aan de kaak te stellen ende den meester op dobbele peene.
- Is nog g'ordonneert dat niemant geenderleye beesten, nog in boschen, nog in
velde, nog in beemden, hueden nog dryven en sal, dan op den gemeyne aart oft op
syns selfs erve, op die peene van twee gout gulden voor die eerste reyse; voor
die twee reyse, den scheper aan de kaak gestelt te worden, ende den meester sal
worden geexecuteert voor die peene.
- Niemant en sal henchst peerden op den aart ongespannen laten gaan, op die
boete van vyff oude groote.
- Item, wie syn beesten willens oft wetens op den aart ende andere lieden
schade doet, die zal verbueren, t'elcke reyse, twee gout guldens, die tweede
reyse dobbel, den goede luyden voor all hunne schade vergauwen, ende den
aanbrenger het derde deel.
- Item, dat niemant geenderhande vreemde beesten op den aart van der
heeremyckheyt van Lummen, hauwen, weyden, hueden nog doen hueden, op die
verbeurten van drie carolus guldens soo dickmaals als men 't selve bevint; den
aenbrenger altyt het derde part.
- Niemant en sal vermaeckt, opgevreet oft begraven goet opbreecken aan landen,
beemden, bosschen, op die verbeurte van twee carolus guldens.
- Niemant en sal mogen schapen op den aart hauwen, om vet gemaackt te worden,
die naar Lichtmisse op den aart comen syn, voor die eerste reyse op die
verbeurte van eene rosenobel, die tweede reyse dobbel.
- Niemant en sal oock eenig onreyn oft ruych goet van peerden oft schapen op
den aart brengen oft hauden, nog op hunne eygen erffve ongeheert weyden, daar
andere beesten neven oft ontrent gaan, ten sy dat sy seven voeten oft meer van
andere lieden syn haudende, op die verbeurte van twee goude realen voor d'
eerste reyse, ende soo verre die gene die de beesten toebehooren de conde gehad
hebben, die selve ruydige beesten hen binnen drie dagen niet quyt en doen,
sullen verbeuren eene rosenoble ende voorts getracteert worden ter ordonnantie
van den gerigten.
- Item, dat niemant geenderley beesten oft preyen, die van zelfs gestorven
syn, in die rivieren, gragten oft poelen, oft opter straten werpen en sullen,
maar die selve in die aarde wel diep graven, datter geenen misquam oft stanck af
en komen, op die verbeurte van een dobbel boet van seven schellingen.
- Die beesten die geschut syn oft gepant van de dienaars, ende die selve
bevonden hebbende in der luyden schaade, soo sy onder eet sullen aandragen, ende
die selve haaren meesters ontloopen synde, zal men die dienaars daar van, voor
hen schot, betalen ses stuivers, ende, van een nachtschot, xii stuivers, ende,
van beesten buytens lants ontgaan, dobbel, alles gereserveert der partyen haar
schade, beyde de heeren voor hen boet xxx stuivers.
- Dat niemant en sal met eenige schuyten oft schepen ten water varen, nog op
der gemeynte oft goeder luyder erffven oft vlietende wateren oft gragten
visschen met staande netten ende getauwen, wayen oft steecksacken, dan die des
heeren pagten houden, oft sonder consent van den heer oft erffgenamen, op die
verbeurte van derselver schuyten en getauwen voor die eerste reyse, voor de
tweede reyse ter ordonnantie van den gerichten. Datum anno 1613, den 18 aprilis.
Ende sullen oock alle visschers henne netten ende getauwen lichten met den dag
ende metter sonne, ende tuynen ende staacken uytwerpen, op die pene van twee
carolus guldens ende verbeurte van getauwen. Datter oock insgelycx niemant en
sal visschen met kotsacken, overmits die dycken daar door gebroocken worden ende
gras bederven, op verbeurten van den getauwen ende pene als voor.
- Een jegelyck sal syn hagen en haut dat over die straten gewasschen is
affhauwen ende ruymen goetstyts voor den oogst, om sonder hinder metten vrugten
te mogen vaaren, op die pene van een boet van seven schellinge.
- Dat een jegelyck sal syn behoorlycke tienden geven van syne vrugten, naar
den alden heircomen, op peene van audts staande daar op gekeurt ende op hun
prykel, ende, die hoye tienden aangaande, sullen alleen erfflieden die opperen
egaal maken, op een arbitrale amende, ende dat den thiendenaar die selve
salmogen calangeren.
- Dat niemant op der goeder lieder erffven sal rapen oft oogsten, voor oft na
der sonne, soo lang het goet in 't velt sal syn, ten waare met consent van den
meester, op die peene van seven schellingen.
- Item, dat alle dienstboden, knapen en maarten, die hen by eenige ondersaten
sullen verhuurt hebben, ende van meeste oft vrouw eenen weerdel ontfangen
hebben, daar op schuldig sullen syn te dienen ende voldoen, oft twee jaaren uyt
den landen gebannen te syn, ende daar by nog te verbeuren eenen weg tot Milanen
oft drie dagen aan de kaack te staan, ende diegeene, het jaar ingetreden
hebbende, gaan loopen sullen gefrustreert blyven van henne verdiende huere, ten
waare sy hert oft onredelyck van henne vrouwen oft meesters getracteert wierden.
- Item, dat een jder hebbende wagen en ploege ende andere die magt hebbende
haar sullen versien, binnen eender maant, ende doen maken een leeder ten minsten
van xx sproten, op een boete van seve schellinge.
- Item, aangaande die geschudde beesten, sullen die los syn van meer costen
daar van te geven, te weten met het voorschot ende 's heeren boet hierbevorens
gestelt, alsoo verre die beesten gelost worden binnen xii uuren, en staan se
langer in der vroenten, als dan tot determinatie van den gerigte daar 't
behoort.
- Als die gepande beesten boven die 24 uuren sulen gestaan hebben, soo sal een
peert schuldig syn, over dag en nagt, vii stuyvers; een koye oft osse, vi
stuyvers; een rint, iiii stuyvers; een vercken, ii stuyvers; een schaap, i
stuyver.
- Item, soo wat beesten uyt den landen van Brabant, Luyck oft Loon binnen der
herelyckheyt Lummen geschut worden, soo sullen die officieren van Lummen den
geenen dien de beesten toebehoren affnemen alsulcke peene, ende oock van alle
andere saacken niet gecuert synde, gelyck de officieren van de landen voorsch.
den ondersaten van Lummen affnemen, soo wel van vercopen van beesten als
andersints.
- Item, die iemant beesten quetsden oft ongemaak aandoet, sal verbueren aen
beyde die heeren die pene van ses carolus guldens ende partye hare schaade
vergauwen.
- Item, soo wanneer eenige beesten in arrestatement oft hachten gestel worden
ende dat iemant den heer syn schot ontdreeft, sonder wil, weten oft consent van
de heer ende partyen, sal verbeuren soodanige xxx hollantsche guldens en partye
hare schaade vergauwen, ende soodanige beesten wederom in arrest en hachten ter
selver plaatse gebragt worden.
- Is nog geordonnert als eenige beesten gepandt oft geschut syn, die en sullen
niet gelost worden ten zy eerst en voor al genamptiseert worde die cueren daar
op geordonneert, in handen van eenen gerichtsman, met oock alle die schade by
denselve beesten gedaan, besonders van beesten die willens en wetens in der
goeder luyder erffven gaan en geschut worden.
- Item, voor elck vercken dat men ongerinckt of ongevingert op den aart oft
gemeyne groese sal vinden gaan, sal den meester daar van verbueren aght
stuyvers.
- Geen vercken en sullen ingehuet gaan soo verre eenen heert is, oft een
iegelyck sal syn vercken op 't syne hauden, op die peene van seven schellingen
en de partye van de schade vergauwen die se geschiet is.
- Item, is geordonneert dat niemant op den aart van Coorsel meer schapen en
sal hauden over somer dan het derde schaap meer als hy te winter tyt gevoet
heeft, op een peene van een dobbel boet van seven schellinge voor de eerste
reyse, en voor die tweede reyse, dobbel.
- Item, is geordineert dat de dienaars, haar officie te buyte gaande ende
eenige simulatie oft conniventie doende oft oock meer den ondersaten oft anderen
affnemen dan het behoorelycke schot ende regt, oock iemant gepant hebbende, aan
de officiers ende partyen niet aan te brengen, die sullen verbeuren eenen
rosenobel, ende worden sy voorder bevonden, sullen sy affgestelt worden van
henne officie ende geaght worden voor mynedige boeven.
- Soo verre oock die selve met henne beesten iemant eenige schaade syn doende,
sullen die selve dubbele cueren gehauden syn te geven ende betalen.
- Item, is geordineert dat niemant hem en sal vervorderen die dycken van
vlietende water deur te steecken, graven oft met schuyten af te dryven, waar
deur iemant in eeniger maniere beschadigt worde, oft het broeck verdroncken
worde, en sulcx geschiedende over dag, sal verbeuren syn een hant, en, over
nagt, den hals; den aanbrenger hier van, in dien hy geloofbaar is, thien goude
realen; dat oock een ieder alle slooten ende deurvlietende dycken van rivieren
ende leytgragten sal toemaaken, binnen agt dagen, op peene van ii goude realen,
en die agt dagen geexpireert synde, die officieren sullen maaken op dobbele
costen.
- Dat oock alle visschers en vogelers geen vischen oft vogelen en sullen
vercopen voor het nette eer sy gevangen syn, maar sullen altyt die ondersaten,
erffgenamen en nabueren die naasten syn voor den prys ter naaster merck soude
mogen gelden, ende eerst haar vogelen en visschen alhier mercken, en den heer en
ondersaten presenteren om gelt, op verbeurte desselfs goets en twee carolus
guldens, den aanbrenger altyt den derde penningh.
- Niemant en sal op 't gemeyn broeck mogen vogelen voor Sint-Maartens dag; soo
verre iemant sulcx doende waar, ende tot dien eynde het broeck oft eenige bemden
in 't water stelden, sal der selver, voor d'eerste reyse twee rosenobel, ende,
die tweede reyse, dobbel.
- Is nog geordineert dat een ieder sal mogen schutten op syn erffve gelyck oft
sy dienaars waren van den heer, en by soo verre eenige beesten hen ontdreven oft
ontjaagt wierden, soo sullen sy die mogen calangeren, ende met eenen getuygen
sullen sy overtuygt syn, ende als dan de beesten moeten brengen ter behoorlycker
vroenten.
- Nog is geordineert dat men het lant sal hauwen in alle geregtigheyt, na den
alden heircomen, ende dat alle ondersaten binnen den lande van Lummen sulllen
mogen calangeren ende aanbrengen die overtreders van dese cueren, als oft sy
dienaars waren van den heeren, ende bysonderlyck daar men bevint binnen deser
heerlyckheyt die vroenten misbruycken, ende wanneer sy overtreders daar na
binnen den lande van Lummen bevonden worde, sullen alsdan gecorrigeert worden
soo naer regt behoren sal.
- Item is nog geordineert dat die van Hechtel, met dreyven van haare
beestialen na haar beempden onder Coorsel gelegen, sullen hauden haare
gedesigneerde weg, en wie anders doet, huet oft dryft door dien gemeyne aert sal
't elcken reyse verbeuren, voor ieder kudde schapen ende stalbeesten, aan die
officieren, iiii guldens ende, elcke dienaar 't selve schuttende oft doende,
eenen gulde.
- Nog is geordineert dat niemant in't gemeyn broeck en sal weyden agter halff
mey tot Sint-Gilis dagh incluys, nog gras uytvoeren oft halen op een peene van
een rosenobel boven die schade, den aanbren ger het derde part.
- Is nog geordineert en verdragen, by die drie wetten des lants Lummen, dat
alle afgesetenen ende uytlendige personen eenige erffven, het sy bempden oft
lant, alhier syn gebruyckende ende laborerende, sullen gehouden syn te
contribueren in alle verworven lasten op 't land staande, mede oock in alle
present die aan eenige heeren mogten gegeven worden tot voorstant ende
conversatie desselfs lant, op peene van t'elcken reysen te verbeuren, die sulcx
weygerlyck vallen sal, van ses carolus guldens boven henne voorsch. quote, ende
die selve op die gronde, oft met parate executie, soo best ende bevoegelyker
geschieden can, behalen. Anno 1616, den 27 Aprilis, die officieren des lants
Lummen versueckende den voorsch. statuten, cueren en ordonnantien by die dry
wetten deses lants vervonnist te worden. Deselve schepenen der dry wetten,
volgende den versueck der officieren, wysen dese voorsch. statuten ter
executien, met reserve die beschadichde partye henne schade met justitie oft
goede manne sullen doen visiteren na behoren. Actum et publicatum ut supra.
Onderteeckent aldus: Peeter Aerts, uyt bevel der dry justicien ; Arnoldus
Dries, secretarius, de mandato dominorum. Gepubliceert ende andermaal
geaccordeert by die dry wetten tot Lummen, anno xviCxviii, den x Mey en
vervonnist als voor. Gepubliceert, op den 6 Mey 1621, ter presentie van de dry
wetten, ende dat al onder voorgaande sententie, waar by schepenen syn blyvende,
ende andermaal confirmerende. Op den 7 Julii 1622, gecontinueert deur bevel van
die drie wetten voorsch. ende die selve continuatie op de plaatse van de vryheyt
gepubliceert. Onderteeckent: Peeter Aerts, secretarius libertatis. Ende nog
Peeter Aerts, junior, secretarius. Ende nog, Arnoldus Dries, secretarius. Op den
26 Aprilis 1629, syn dese cueren gepubliceert ter presentie van die drie wetten,
ende dat alle onder voorgaande sententie, waar by schepenen syn blyvende ende
andermaal confirmerende. Onderteeckent: Peeter Aerts, junior, secretarius
lossensis et libertatis. Ende nog Arnoldus Dries, secretarius justicie
brabantine, subs.
- Op den 22 Mey 1631, is insgelycx geordineert dat van nu voortaan niemant met
eenige schapen sal mogen te hueden in eenige beempden oft vroenten, van halff
meert tot Sint-Gilis mis toen, op peene van een gout gulden.
Op datum hier
proxime voorgaande syn dese jaarcueren gepubliceert, vervonnist ende gewesen ter
executie. Onderteeckent: Peeter Aerts, secretarius, de mandato. Ende nog
Arnoldus Dries, de mandato. Anno 1632, den 22 Aprilis, is by die schepenen der
dry wetten verdragen ende geordineert als dat het gemeyn broeck voor dit jaar
sal toegaan den 1e dag Mey ende open gaan ten halff oogst, ende soo wanneer
iemant ter contrarie doet sal vervallen in eene peene van eenen rosenobel,
t'elcken reysen iemant hervonden sal worden sulcx gedaan te hebben.
- Is ingelycs geordineert dat alle erffven (die) onder dese landen van Lummen
worden gebruyckt oft gecultiveert, van nu voortaan sullen ordinarisse settinge
geven gelyck andere, niet tegenstaande die proprietarissen oft gebruyckers in
dienst syn aan d'een oft d'andere zyde; ende soo wanneer iemant daar van bleeff
in gebreecken, dat den borgemeester, in name van die gemeynte, sal evinceren;
soo oock sullen doen alle de geene die, buytens lant wonende, eenige erffven
binnen den lande van Lummen sullen comen te copen, op peene als boven.
- Ende soo dickwils gebuert dat goede lieden ende ondersaten worden aangetast
ende gespolieert ende overvallen in hare huyse oft wegh, van nagtlopers ende
straatschenders, dat die naebueren sullen goede assistentie doen ende ontlasten
't sy met die wapenen oft goede redenen; en soo wanneer iemant sig daar weygerig
in haudt sal vervallen in eene peene van dry goude realen te appliceren,die
twee, ten behoeft van die heeren, ende den derde, de geledeerde partye.
Ende syn
alle dese punten ter executie gewesen door die wethouderen voors., ter presentie
derselver gepubliceert, anno et die quo supra.
Ondergeteeckent: Petrus Aerts,
secretarius, de mandato scabin. subs. Ende nog, Arnoldus Dries, secretarius
subs.
Op datum den 27 Aprilis 1634, syn dese jaarcueren gecontinueert ende
gebleven, vervonnist ende gewesen ter executie als voor.
Ondergeteeckent:
Arnoldus Dries, secretarius, de mandato scabinorum subs. Ende nog, Petrus Aerts,
secretarius, de mandato scabinorum subs.
Op den 6 April 1637, syn dese
jaercueren by die wetten des lants van Lummen geconfirmeert en vervonnist en ter
executie gewesen.
Onderteeckent: Arnoldus Dries, secretarius, de mandato
scabinorum subs. Ende nog, Petrus Aerts, secretarius, de mandato scabinorum
subs.
- Op den 5 Mey 1639, is op jaargedinge, ten bysyne van schepenen der twee
buyte bancken, geordineert dat, naar half meert, niemant meer en sal vermogen te
hueden op 't gemeyn broeck met eenige schapen oft gansen, op eene peene van een
gout gulden.
- Item, is insgelycx geordineert dat alle ouders, meestes ende vrouwen sullen
gehouden wesen henne kinderen, knegtens en meyssens, die sy derven kunnen, te
seynden naar de catechismus, op peene van een boete van seven schellingen, voor
de eerste reyse, voor die tweede reyse dobbel; waar voor de ouders sullen mogen
worden geexecuteert insgelycx die meesters ende vrouwen, tensy sy blycken hunne
neerstigheit gedaan te hebben omme henne knegten oft meyssens daar toe te wegen.
- Insgelycx is geordineert dat, alsoo die gooren hunnen afloop hebben tot
Schalbroeck, langs den weyer dijck, deur het riool tot de voors. gooren
gehorende, ende gemerckt 't selve geheel is verlant, alle erffgen. hen sullen
samen vuegen en denselven afloop openen op dat die voors. gooren alsoo mogen
gevoegelycker aflopen, tot welvaart van die gemeyne onderdanen, op die verbeurte
van xxi st. voor die eerste reyse, voor die tweede reyse dobbel, voor die derde
reyse dry dobbel, ende dat van agt dagen tot agt dagen visitatie sal geschieden
ten lasten der gebreeckelycke.
- Is insgelycx geordineert dat die jonckheyt des lants Lummen hen niet meer en
sullen vervorderen te halen, op der goeden luyden erffven, eenige meyboomen, 't
sy weecken oft eycken, op die peene van arbitralyck gestraft te worden, een ider
in 't besonder die daar sullen bevonden worden by geweest te hebben, boven de
reparatie der schaade die goede luyden g'infereert met dat haffhouwen der voors.
boomen; insgelycx die wagen oft peerden daar toe sullen langen.
- Insgelycx is geordineert dat van nu voortaan niemant van die onderdanen hem
en sal vervorderen, in de jagt van de wolff, te schieten met den roer op eenige
hasen, koneynen oft ander wilt, als aleenelyck op den wolff, ende dat met sulcke
asseverantie ende voorsigtigheyt dat men malkanderen geen ongemack en doet, op
een peene van eene rosenobel ende voorders naar gelegentheyt der saacke, ende
dat een iegelyck sal volgen en gehoor geven synen rotmeester daar hy onder is
gestelt, op peene van een virendeel biers aen die rotgesellen te geven ten
besten.
Op den 5 Mey 1639, syn dese jaarcueren wettelyck gepubliceert ende, ter
instantie ende versoecke der heeren, ter executie gewesen, ende is, mits
d'absentie van onse secretaris,
Onderteeckent: Christiaen Claes, schepene ende
nog Petrus Aerts, secretarius, de mandato scabinorum.
Op den 28 Juny 1640, syn
dese jaarcueren ende ordinnantie, ter presentie van meyer ende schepenen der
drie justitien, den gemeyntenaren voorgelesen en ter executie gewesen.
Onderteeckent: Petrus Aerts, secretarius. Ende nog, Arnoldus Dries, secretarius,
subs. Op den 16 Aprilis 1643, syn dese cueren den gemeynte voorgelesen ende
vervonnist na den oude heircomen. Onderteeckent: Petrus Aerts, secretarius, de
mandato scabinorum subs. Ende nog, mits de abs. Van den secretaris, Christianus
Nicolai, schepen. De 7 Aprilis 1644, syn dese jaercueren den gemeyne onderdanen
voorgelesen en ter behoorlycker executie gewesen.
Onderteeckent: Petrus Aerts,
secretarius, sub., Arnoldus Dries, secretarius subs.
- Is nog by die dry wetten, op den 28 Aprilis anno 1660, geordineert dat
niemant met grammen moede en sal syn messe trecken op den anderen, op eene peene
van eenen goude souvrain tot vier-en-twintigh gls. bb., ende dat, soo menig
werve sulcx sal gebeuren.
- Is nog expresselyck verboden dat van nu voortaen die jongmans, soo tot
Coursel, Lummen, Linckhout, Schuelen, hen niet meer en sullen vervorderen te
heyschen, eenige personen ten hauwelyck comenden, eenig kanselbier oft
{ruynck(?)}op peene dat die contraventeurs daar over sullen gestraft worden
arbitralyck ende als knevelaers.
Op den 8 Aprilis1660, syn dese voors. cueren
die gemeyntenaren ende onderdanen voorgelesen, en syn, ten versoecke van de
heeren officieren, by schepenen der dry wetten gewesen ter executie.
Onderteeckent: Ar. Beckers, secretarius, subs., Petrus Aerts, secretarius, de
mandato Dominorum subs.
- Anno 1660, den 6 septembris, is ten versoecken der officieren geordonneert
deur die buyte wetten, met Van de Berge en Aert Dries, binnen vryheytse
schepenen, als dat van nu voortaan niemant der onderdanen des lants Lummen hem
en sal vervorderen te gaan met eenige roers oft sack pistolen, oock met eenige
opsteeckers oft andere verboden geweren, in eenige geseltschappen oft gelogen,
op die verbeurte van die selve wapenen ende, boven dien, te vervallen in een
amende pecuniaire van xxiiii gl., den aenbrenger die derde part.
- Item dat niemant, wie hy sy, hem sal vervorderen te gaan met eenige roers in
velden, bosschen oft beempden oft wegen om te schieten eenige conynen, patrysen
oft eenigh des heeren wilt, en duyven, oft met stroppen oft netten te vangen, op
verbeurte van de roers en netten, ende neffens dien te vervallen in een amende
van eene gout gulden voor de eerste reyse; voor de tweede reyse, dobbel, en voor
de derde reyse arbitralyck gestraft te worden.
Onderteeckent: Petrus Aerts,
secretarius, de mandato Dominorum. Ende nog, Ar. Beckers, secretarius, de
mandato scabinorum subs.
- Is insgelycx by die drie wetten des lants Lummen geordineert, geraampt ende
gesloten dat niemant en sal vermogen, onder pretext van den dienst Godts oft die
Kercke te vereeren, eenige bercke oft andere meyen in des heeren oft andere
lieden bosschen te halen, ten sy met consent des heeren ende andere
proprietarissen, op eene peene van eene gout gulden tot profyt van byde die
heeren officieren.
- Is insgelycx geordineert, geraampt ende gesloten dat niemant onder dese
heerlyckheyt hem en sal vervorderen eenige inlantsche bieren, Berbroeksche
bieren ende Diestersche ses gulde bieren, hoger te vercopen als den pot tot ii
st. ende, het aght gulde Diester, tot eene stooter den pot, op verbeurte van de
bieren ende eene amende van eene gout gulden, voor de eerste reyse; voor die
tweede reyse dobbel ende, die derde reyse, arbitralyck gestraft te worden.
- Item, dat niemant des heeren oft eenige plantagien, 't eyke oft weecke
boomen, hem niet en sal vervorderen schaaden te maaken, 't sy met blecken,
kappen oft hauwen, nog eenige fruyt boomen, nog oock den goede lieden in haare
boomgaarden, hoven oft erven hen fruyt ge nemen, op peene van arbitralyck
gestraft te worden.
Op den 28 dag Aprilis 1661, syn dese jaercueren, ter
presentie van die dry wetten, den gemeyntenaren voorgelesen, ende voorgelesen
synde, hebben de voors. heeren officieren versogt die selve ter executie gewesen
te worden, ende syn, ter mannisse der heeren officieren, ter executie gewesen.
Ondergeteeckent: Ar. Beckers, secretarius, de mandato dominorum subs. Petrus
Aerts, secretarius subs.
- Op den 20 Aprilis 1662, is by die schepenen der dry justicien geordineert
dat, van nu voortaan, soo wanneer eenige manspersonen, 't sy jongmans oft
wevenaars, hen comen te abuseren met eenige vrouwspersonen, bastaarden verwecken
met die selve, dat sy sullen gehouden syn die selve te doteren of te trauwen
ende voor het onderhout der kinderen te sorgen ende borge te stellen, oft in
faute dat men by parate executie 't selve tegen henne goederen, so have als
erve, sal verhalen, en die geen middelen en hebben sullen arbitralyck gestraft
worden, niet te min sullen oock die dogters en manspersonen voor hen misbruyck,
naar exigentie der saacken, civilyck deur d'officieren gecorrigeert en gestraft
worden.
Ar. Beckers, secretarius, de mandato scabinorum subs. Petrus Aerts,
secretarius, de mandato Dominorum subs.
Op heden den 20 dag Aprilis des jaars
1662, syn dese voors. jaarcueren, ter presentie van die dry wetten, de
gemeyntenaren voorgelesen, ende voorgelesen synde, hebben die voors. heeren
officieren versogt die selve ter executie gewesen te worden, en sijn, ter
mannisse der heeren officieren, ter executie gewesen.
Ar. Beckers, secretarius,
de mandato scabinorum subs. Petrus Aerts, secretarius, de mandato Dominorum
subs.
Anno 1663, den 8 Aprilis, syn dese voors. jaarcueren en breucken, in
presentie van die dry wetten, den gemeyntenaren voorgelesen, en voorgelesen
synde, syn door mannisse van die heeren officieren by die schepenen van de dry
justicien ter executie gewesen.
Ar. Beckers, secretarius, de mandato Dominorum
subs. Petrus Aerts, secretaris, subs. Op den 24 Aprilis anno 1664, syn dese
cueren, ten overstaan van die heeren officiere en schepenen der dry justicien,
voorgelesen aan die gemeyntanren en oock ter executie gewesen.
Ar. Beckers,
secretarius, de mandato Dominorum subs. Petrus Aerts, secretarius, de mandato
Dominorum subs.
- Anno 1668, den 12 Aprilis, schepenen der dry justicien, in consideratie der
grooter misbruyck ende vuyligheyt die men dagelycx siet geschieden, tot over
grooter schandaal van een ieder, tusschen mans en vrouwspersonen met opentlycke
hoereryen ende andersints, waar mede wy mogten die gramschap Godts over ons
trecken, hebben geordineert, ende aan henne voorgaande ordonnantie van den 20
Aprilis 1662 geaddeert dat soo wie manspersonen, 't sy jongmans oft wevenaars,
die hen sullen comen te abuseren met eenige vrouwspersonen en bastaarden
verwecken, dat sy sullen verbeuren een boete van vyf gout guldens voor de eerste
reyse, en voor de tweede reyse, dobbel, en voor de derde reyse, arbitralyck
gestraft te worden; die vrouwspersonen insgelycx; en overmits dusdanige abusen
geschieden meestendeel door die lichtveerdigheyt ende sollicitatie der
vrouwenpersonen, hen selve als publieke hoeren prostituerende, ordineren wel
uytdruckelyck dat soodanige publieque lichtveerdige hoeren sullen moeten
publiekelyck door d'officier aan die kaack gestelt worden, sonder forme van
procederen, en daar aan blyven naar exigentie van haar misbruyck.
Op den 12
Aprilis 1668, syn dese ceuren, ter overstaan van de heeren officieren ende
schepenen der dry justicien, voorgelesen aan de gemeyntenaren ende oock ter
executie gewesen.
Onderteeckent: Petrus Aerts, secretarius, de mandato Dominorum
subs. Ende nog, Ar. Beckers, secretarius, de mandato scabinorum subs.
Op den 2
Mey 1669, syn dese ceuren, ter overstaan van beyde de heeren officieren ende
schepenen van die dry wetten, de gemeyntenaren voorgelesen ende ten selve maal
ter executie gewesen.
Petrus F. Aerts, secretarius, de mandato Dominorum.
Op den
13 Aprilis 1673 syn dese voors. jaar cueren, ter instantie van beyde de heeren
officieren, deur die schepenen der dry wetten des lants Lummen de gemeyntenaren
voorgelesen, vervonnist ende ter executie gewesen.
Ar. Beckers, secretarius bb.
Lummen. subs. Petrus F. Aerts, municipij et justicie Lossensis, subs.
- Anno 1690, op jaargedinge naar Beloken Paeschen, is by die dry wetten deses
lants Lummen geordinneert dat alle die geenen die eenige dienstboden hueren oft
aannemen die te voren by iemant anders in dienst geweest syn, en uyt denselve
dienst gaan loopen sonder wettige redenen, sullen verbeuren twee gout guldens,
elcke reyse.
- Nog is geordinneert, den 16 Aprilis 1691, dat alle rotgesellen aan henne
respective rotmeesters sullen pareren als sy gecommandeert sullen worden soo tot
het maacken der straten, die dycken aan de rivieren en andersints, oock alser
eenigh tumult oft disordre soude comen voor te vallen van vagubonden, bedelaars
ende voorts in alle andere occasien; dienende tot die gemeyne rust ende
welvaart, op den gestelden tyt malcanderen sullen bystaan ende behulpsaam sijn
op die boete van xxi st., te verhalen by die rotmeesters by parate executie op
ieder in 't particulier die in faute sal blyven.
- Item, dat alle die geene aanpaalen aan de rivieren oft waterloopen, daar het
officie altyt syn visitatie gehadt heeft, die selve, naar dat het geaffigeert
oft gepubliceert sal worden, behoorelyck sullen vegen en in staat stellen, dat
het water synen gevoegelijcke affloop can hebben, binnen den gestelde termeyn,
op die boete van xxi st. voor ieder faut die door schepenen op die visitatie
gaande sal gecalangeert worden, ende dat alle gebreken van officie wegen sullen
gebetert worden op dobbele costen der gebreckelycke.
Anno 1691, den 26 Aprilis,
syn voors. jaarceuren die gemeyntenaren deses lants voorgelesen ende, ter
instantie van beyde die heeren officieren, door de schepenen van de dry wetten
vervonnist en ter executie gewesen.
Onderteeckent: Arn. Beckers, secretarius
Lummen. just. Brabant., de mandato, subs. Guill. Neven, secretarius justitiae
Lossens. et municipij in Lummen. Anno 1692, den 17 Aprilis, syn dese voors.
jaarceuren die gemeyntenaren deses lants voorgelesen en, ter instantie van beyde
d'heeren officieren, door schepenen van de dry wetten vervonnist ende ter
executie gewesen.
Onderteeckent: Guill. Neven, secretarius, de mandato subs.
Arn. Beckers, secretarius, de mandato subs. Anno 1694, den 22 April, zyn dese
voors. jaarceuren die gemeyntenaren deses lants voorgelesen en, ter instantien
van beyde die heeren officieren, door die schepenen van de dry wetten vervonnist
en ter executie gewesen.
Onderteekent: Guill. Neen, secretarius, de mandato
subs. Arn. Beckers, secretarius, de mandato subs.
Op heden den 21 Augsutii
1694,is, met consent van d'officie ende wetten deses lants van Lummen,
geresolveert dat het gemeyne haeck ( in het Frans: le pré communal ), voor dit
tegenwoordig jaer 1694, niet eer en sal in 't gemeyn oft opengaan als op den 15
September toecomende, wesenden den eerste quatertemper dag, ende sullen die
contraventeurs volgens die ceuren in cas van contraventie, gestraft worden.
Onderteekent: Guill. Nneven, secretarius, de mandato subs. Henr. Timmermans,
schepenen, in absentie secretarii.
Den 14 Aprilis 1695, syn dese jaarceuren de
gemeyntenaren voor gelesen ende by schepenen der dry wetten vervonnist.
Onderteeckent: Testor: Guill. Neven, secretarius. Testor: Arn. Beckers,
secretarius.
Den 18 Julii 1695, hebben die ingesetenen van Gonsselaer, tot
ontlastinge van die van Stalbroeck,aengenomen die riole oft affloop der heeren
ende sloten tot Stalbroeck, door die g'erffdens, volgens de artikelen deser
jaarceuren, te doen vegen en onderhauden.
Present: Petrus Puts, rotmeester,
mette prior, in presentie van syn rotgesellen. Op den 4 Mey 1696, syn die voors
jaarceuren den ondersaten voorgelesen en vervonnist.
Testor: Guill. Neven,
secretarius. Testor: Arn. Beckers, de mandato subs.
Den 10 Aprilis 1698, syn
dese voors ceuren die omstanders voorgelesen en, ten versoecken van de heeren
officieren, naar gewoonte vervonnist. Guill. Neven, secretarius Lossensis et
municipii Lummensis. Arn. Beckers, secretarius justicie Brabantine, de mandato
subs.
Den 30 Aprilis 1699, syn dese ceuren die gemeyntenaren voorgelesen en, ter
versoeck van het officie, vervonnist.
Onderteeckent: Testor: Guill. Neven,
secretarius Lossensis et municipii. Testor: Arn. Beckers, secretarius terrae
Brabantiae Lummen.
Den 22 Aprilis 1700, syn dese voors. ceuren die omstanders
voorgelesen ende, ter versoecke van d'officie, naar gewoonte vervonnist.
Testor:
Guill. Neven, secretarius Lossensis et municipii in Lummen.
Pro anno 1701, (non)
fuerunt prelecta propter motus publicos Gallorum.
Anno 1703, den 19 Aprilis, syn
de voors. jaarceuren de gemeyntenaars des lants van Lummen voorgelesen ter
plaatse waar men de publicatie is gewoon te doen, en syn by schepenen der dry
wetten, ten versoecken van beyde de heeren officieren, vervonnist ende ter
executie gewesen.
Onderteeckent: Guill. Neven, secretarius Lossenis et municipii
in Lummen. C. De Bruyn, secretarius, de mandato Dominorum subs.
Anno 1694, den 3
Aprilis, syn dese jaarceuren die omstanderen, naar voorgaande klockengeslag,
voorgelesen en naar gewoonte vervonnist.
Testor: Guill. Neven secretarius
Lossensi en municipii in Lummen. C. De Bruyn, secretarius, de mandato Dominorum.
Anno 1705, den 22 Aprilis, syn de voors. jaarceuren naar gewoonte voorgelesen,
gepubliceert ende vervonnist.
Onderteeckent: C. De Bruyn, secretarius.
Anno
1706, den 15 Aprilis, syn de voors. jaarceuren, op de gewonelycke plaatse, in 't
publiek, voorgelesen en, door versoeck van de heeren officieren, by schepenen
vervonnist en ter executie gewesen.
Onderteeckent: Guill. Nneven, secretarius.
C. De Bruyn, secretarius.
Anno 1707, non fuerunt prelecta propter publicos
motus.
Anno 1708, den 19 Aprilis, synn dese jaerceuren die ondersaten publiek
naar klockslagh voorgelesen en, ten versoecke van d'officie, vervonnist.
Testor:
Guill. Neven. Secretarius.
Anno 1709, den 11 Aprilis, syn de voors. ceuren op de
gewonelycke plaatse in 't publiek voorgelesen ende, door versoeck der
heerennoficieren, vervonnist ende ter executie gewesen.
M.-A. Couwenberghe,
secretarius ter ordonnantie.
Anno 1710, den 2 Mey, syn de voors. jaarceuren op
de gewoonelycke plaatse, ten versoecke van de heeren officieren, in 't publiek
voorgelesen en door schepenen vervonnist en ter exercutie gewesen.
Onderteeckent: Testor: Guill. Neven, secretarius.
Anno 1711, den 16 Aprilis, syn
de voors. jaarceuren de omstanderen voorgelesen en door schepen vervonnist.
Onderteeckent: Testor: Guill. Neven, secretarius. Testor: M.-A. Couwenberghe,
secretarius.
Anno 1712, den 7 Aprilis, op jaargeding, syn dese jaarceuren
publiekelyck met den klockslagh de omstanderen voorgelesen en door schepenen
vervonnist.
Testor: M.-A. Couwenberghe, secretarius, ter ordonnantie, etc.
Pro
Anno 1713, non fuerunt prelecta propter publicos militum motus.
Anno1714, den 12
Aprilis, syn dese jaarceuren die gemeynten voorgelesen ende, door versoeck der
heeren officieren, by schepenen vervonnist.
Testor: Guill. Neven, secretarius.
Schepenen der Brabantsche justitie ordonneren dat de originele deser sullen in
't light gebroght worden, des gedaan synde, consenteren in de vervonnisse deser.
Onderteeckent: M.-A. Couwenberghe, secretarius, de mandato Dominorum, subs.
Anno
1716, 23 Aprilis, syn dese jaarceuren d'omstanderen, naar voorgaande klockslagh,
voorgelesen en, ten versoecke van de heeren officieren vervonnist.
Testor:
Guill. Neven, secretarius. Testor: M.-A. Couwenberghe, secretarius.
Anno 1717, 8
Aprilis, propter pluvium non fuerunt lecta, en, ten versoecke van d'heeren
officieren vervonnist.
Testor: Guill. Neven, secretarius. M.-A. Couwenberghe,
secretarius justicie Brab.
Anno 1718, den 28 Aprilis, syn dese jaarceuren de
gemeynten voorgelesen en, aar voorgaande klockslagh ende ten versoecke van
d'heeren officieren, vervonnist.
Testor: Guill. Neven, secretarius. Testor:
M.-A. Couwenberghe, secretarius, de mandato.
Desen 20 Aprilis 1719, syn dese
jaarceuren, naar klockgeslag, de omstanderen voorgelesen en vervonnist met
byvoeginge, aan den 49ste artikel, dat ider op syn eygen erffve kan calangeren
sonder getuygen.
Testor: Guill. Neven, secretarius de mandato, subs. Ita testor:
M.-A. Couwenberghe, secretarius, ter ordonnantie, etc.
Anno 1720, den 7 junii,
syn dese jaarceuren, ten versoecke van de heeren officieren, vervonnist.
Testor:
Guill. Neven, secretarius. Ita testor: M.-A. Couwenberghe, secretarius, ter
ordonnantie, etc.
Anno 1721, den 24 Aprilis, syn dese jaarceuren, ten versoecke
van de heeren officieren, den ondersaten voorgelesen ende vervonnist.
Testor:
Guill. Neven, secretarius. M.-A. Couwenberghe, secretarius, de mandato, subs.
Anno 1722, den 16 Aprilis, syn dese jaarceuren, ten versoecke van de heeren
officieren, op de gewonelycke plaatse, de ondersaten des lants van Lummen
voorgelesen, ende syn deselve by schepenen des lants voors. vervonnist ende ter
executie gestelt, mits geene contradictie.
Testor: D. Neven, de mandato, subs.
M.-A. Couwenberghe, secretarius, ter ordonnantie van schepenen.
Bron: Coutumes du comté de Looz, de la seigneurie de Saint-Trond et de
comté imperial de Reckheim. Seigneurie de Lummen. Louis Crahay. Bruxelles,
1872.
Bibliotheek, Rijksarchief, Hasselt.
Provinciale Centrale Openbare Bibliotheek, Hasselt, nr. ZB 38/20.
Met toestemming van de bewerker voor het internet geschikt gemaakt door Herman de Wit, 2002