Molens en historie van "Schermer-eylandt"

SPEURTOCHT NAAR DE VELE VERDWENEN MOLENS VAN HET 'SCHERMER EYLANDT'.

Door Ed Dekker.
----------------------------------------------------------

SCHERMERHORN - 't Schaap, De Haas, De Krokrodil, De Winthont, De Kneve-
laar. Zo maar een paar namen van niet zo maar een paar molens. Deze en
andere maalwerktuigen zijn het onderwerp van een onderzoek van Pieter
Schotsman. deze 51-jarige Alkmaarder hoopt het complete verhaal van de
molens op het Schermer Eiland boven water te halen. Dit oude gebied, ooit
omgeven door het onstuimige water van de Schermeer, Beemster en Starnmeer,
was in de zeventiende eeuw een rijk industrieel centrum. De molens, door
de jaren heen veertig in totaal, waren daarbij onontbeerlijk.

De 51-jarige Pieter Schotsman is 'gegrepen' door de molengeschiedenis van
het Schermer Eiland, welk gebied thans voor een deel wordt aangeduid als
Eilandspolder. Dit aspect van de historie van het oude land tussen de drie
droogmakerijen is nog onderbelicht, ondanks de veelomvattende activiteiten
van oudheidkundige vereniging Graft-De Rijp. Herman Kaptein uit Heiloo
schetst in zijn vijf jaar geleden verschenen boek "Het Schermereiland, een
zeevarend plattelandsgebied 950-1800", een standaardwerk, de ontwikkeling
van het gebied, maar vertelt nauwelijks iets over de afzonderlijke molens.
Daar nu richt Pieter Schotsman zich op. Niet als molenfanaat, maar als
geboren Schermerhorner, die zich uit liefhebberij steeds dieper is gaan
interesseren voor het gebied waar zijn wortels liggen. De molens van het
"Schermer Eylandt" hebben al heel wat uurtjes opgeslokt van de adjunct-
directeur van een Alkmaars automobielbedrijf. Hij is er nu twee jaar mee
bezig. De goed gevulde ordners met aantekeningen en copien van actes
beginnen zich aaneen te rijgen, ondanks het gebruik van de papierbesparen-
de computer.

WUIVENDE WIEKEN.

In totaal veertig molens ooit op het voormalige eiland. Die rijkdom is nu
nauwelijks voor te stellen. Waar nu op de winderige Meerdijk bij Groot-
schermer het beeld van de hoogspanningsmasten hinderlijk overheerst,
bepaalden drie eeuwen geleden wuivende wieken het aangezicht van dorpen
als Graft, De Rijp, Zuidschermer en Schermerhorn. En waar dagjesmensen in
het groene gebied de hardnekkige tegenwind verfoeien, konden onze bedrij-
vige voorvaderen geen dag zonder wind.
Voor de invoering van de stoommachine was de mens afhankelijk van de wind.
De vele bedrijfjes op het Schermer Eiland benutten de wind voor de meelmo-
len, houtzaagmolen, mosterdmolen, schelpmolen, trasmolen, oliemolen en
hennipkloppersmolen. Al deze molens kwamen voor op het Schermer Eiland.
De meelmolenaars waren loonmaalders, die voor burger, boer en bakker hun
diverse soorten graan maalden. De bakkers, in groten getale aanwezig op
het Schermer Eiland, bakten brood en scheepsbeschuit voor de haringvis-
sersvloot, walvis- en vrachtvaarders.
De houtzaagmolens Het Schaap, De Haas, De Krokodil (de naamgevers wisten
kennelijk niet precies hoe dit uitheemse dier heette) en De Pauw in De
Rijp zaagden hout voor de timmerman en molenmaker en voor de scheepstim-
merwerven. Ook in West-Graftdijk stond, aan de rand van de Schermer, een
houtzaagmolen. Dit was de Drie Gebroeders van de familie Graftdijk. De
mosterdmolen in De Rijp vermaalde tevens schelpen. De trasmolen verpulver-
de trasgesteente uit Duitsland. Het tras werd gebruikt als metselspecie.

LIJNZAAD.

Oliemolens De Winthont, De Ruijter en De Uijl leverden onder meer lijnolie
voor verf. Geperst lijnzaad diende als grondstof voor lijnloeken, bestemd
voor paarden en koeien. Deze molens werden beheerd door verschillende
reders, zodat winst en verlies gespreid kon worden over meerdere aandeel-
houders.
Hennipkloppers De Reiger, De Salm, De Haas, De Conincq, De Fortuin en De
Liefde in De Rijp. De Hoop in Oost-Graftdijk. De Velthoen, De Kockmeeuw,
De Jonker en De Eend in de banne van Graft voorzagen de lijnbanen van
materiaal voor het maken van touw. De diverse nettenbanen in de dorpen
voorzagen de vissersvloot van het Schermer Eiland van netten.
Watermolens De Knevelaar, De Havik en De Bul bij de Rijp, de Westermolen
bij Driehuizen en de Menningweermolen bij Grootschermer zorgden voor de
bemaling van het Schermer Eiland. De Havik bij De Rijp werd in 1861
verplaatst en herbouwd op zijn huidige plaats bij Grootschermer.

De tastbare herinneringen aan deze malende rijkdom zijn goeddeels verdwe-
nen, opgeofferd aan de - dikwijls nietsontziende - vooruitgang. Van al die
nijvere en waardevolle industriemolens op het Schermer Eiland is niets
overgebleven. Alleen een paar watermolens op het oude land doen denken aan
vroeger tijden. De Havik bij Grootschermer en de molen van polder Menning-
weer hebben hun uiterlijke glorie behouden, waarvan alleen de "Menning-
weer" ook nog maalvaardig is. Het Schermer Eiland telt twee molenrestan-
ten: de rompen van de Westermolen bij Driehuizen van de polder Kamerhop.

VERBETERING

De oostelijke  buurman, De Beemster, heeft geen enkele poldermolen behou-
den. De Nachtegaal, een korenmolen, is de enig overgebleven molen in deze
droogmakerij. De Schermer aan de overzijde is rijker bedeeld: veertien
watermolens (inclusief drie strijkmolens bij Rustenburg, die dank zij een
grenscorrectie van Heerhugowaard zijn overgekomen) en een meelmolen (De
Otter bij Oterleek).

De rol van de mensen op het Schermer Eiland is van grote betekenis geweest
voor het ontwikkelen en verbeteren van de techniek van al deze soorten
molens, zo is Pieter Schotsman ondertussen duidelijk geworden. Timmerman,
molenbouwer en waterbouwkundige Jan Adriaanszoon Leeghwater uit De Rijp en
andere molenbouwers hebben ertoe bijgedragen dat de molens technisch sterk
verbeterd waren toen in 1612 en 1633 de polders Beemster en Schermeer
droogvielen.

Het Schermereiland heeft zijn bestaan te danken aan zijn hogere ligging.
Stormvloeden hebben nooit vat kunnen krijgen op dit opbollend moerasge-
bied, dat vanaf de tiende eeuw is ontgonnen. Het oude land heeft later
enkele honderden hectares moeten prijsgeven aan het bulkende water van de
Schermeer en Beemster. Deze lager gelegen meren zijn ontstaan uit smalle
riviertjes, die allengs uitdijden.

NIJVERHEIDSCENTRUM

Door de inpoldering van de Beemsteren de Schermer kwam de binnenvisserij,
waarmee een flink deel van de bevolking van het Schermer Eiland zijn brood
verdiende, gaandeweg droog te liggen. Het leidde daarop tot bloeiende
zeevaart, waarmee vooral De Rijp grote rijkdommen verwierf.
De plaatselijke handel en nijverheid floreerden dank zij de haringvissers
en de walvis- en vrachtvaarders.

Op verschillende plaatsen op het Schermer Eiland gonsde het van de aktivi-
teiten. Hier werd, zo meldt Herman Kaptein in zijn boek, olie geslagen,
bier gebrouwen, beschuit gebakken, tonnen gekuipt, hennep gehekeld, garen
gesponnen, netten gebreid, touw geslagen, zeil getaand, hout gezaagd en
haringbuizen gebouwd. Bij veel aktiviteiten werden molens ingezet. Het
Schermer Eiland vormde in de Gouden Eeuw waarlijk een bruisend nijver-
heidscentrum.

Na de komst in 1596 van de eerste houtzaagmolen in de Zaanstreek voltrok
de industrile ontwikkeling van dat gebied zich in razend tempo. De
Zaanstreek telde in 1630 ongeveer 130 industriemolens, voornamelijk
houtzaag- en oliemolens. Een eeuw later was dit aantal opgelopen tot bijna
zeshonderd stuks. Het lint van honderden windmolens langs de Zaan eindigde
op het Schermer Eiland. De Rijp en Graft vormden in die tijd het tweede
centrum van industriemolens in Hollands Noorderkwartier, het gebied boven
het IJ.

INEENSTORTING

De meeste windmolens stonden in De Rijp, vooral hennepkloppers, houtzaag-
molens en - in iets mindere mate - oliemolens. In Graft stonden heel wat
minder windmolens, aldus Kaptein. Tussen 1660 en 1800 is het aantal
industriemolens op het Schermer Eiland flink afgenomen. Dit was het gevolg
van het ineenstorten van de scheepsbouw op het Schermer Eiland en de
Zaanstreek.
Pieter Schotsman, tevens voorzitter van de stichting 't Kleinste Huisje
Schermerhorn, is er nog lang niet. Van slechts enkele molens heeft hij de
historie vrijwel helemaal rond.Onverminderd zet hij zijn speurtocht voort
naar de verdwenen molens van het Schermer Eiland en de bijzonderheden
daarover.

Dagblad Kennemerland
15-06-1993. 