Renovatie
van artikelen van het |
|
Genealogisch domein |
|
|
Overzicht van historische bronnen |
|
Algemeen Rijksarchief Den Haag, Jacobus
Scheltus, 'Groot-placaetboek, vervattende de placaten, ordonnantien ende
edicten van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden ....[etc]', deel 5 (Den
Haag, 1725),
blz. 614-615, bibliotheeksignatuur H 21 D-5.
Deze renovatie heeft betrekking op het Schoolreglement van 1655.
Renovatie, eerste, vyfde en sesde Articulen
van het Schoolreglement, den 27. May 1658. en 14. Maart 1680.
I.
In den eersten, dat niemandt, wie hy zy, Man of Vrouw, hem en sal vervorderen,
eenige Schoole te houden, om de Kinderen Duytsch, François of eenige andere
Spraaken, cyferen, reekenen of Schryven te leeren, ten zy de selve (na
behoorlijck ondersoeck ofte examinatie) eerst by den Raadt van Staate, ofte
andere, recht daar toe hebbende, daar van Acte verkregen hebben, op poene te
verbeuren voor de eerste maandt hondert guldens, voor de tweede maandt twee
hondert guldens, ende voor de derde drie hondert guldens, ende arbitrale
correctie, waar op de Hooft Officiers en de Officieren ten platten Lande sullen
hebben te letten.
V.
En op dat de Schoolmeesters haare aanbevoolen Bedieningen te beter ende
onverhindert mogen waarneemen, soo en sullen sy, noch haare Familien, geensints
moeten tappen, gelagen setten, gemeene middelen pachten, binnen of buyten haare
Plaatsen lecteeren, noch eenige politique Officien bedienen, incompatibel met
het Schoolampt of neeringe te doen, waar door de jonge Jeught in het leeren ende
goede manieren eenighsints verhindert, of de Kercke ontsticht mochte werden.
VI.
Haare diensten moeten niet door anderen maar door haar selfs waargenomen werden
en daaromme sullen haar niet mogen behelpen met Ondermeesteren, ten waare by
sieckte of eenige andere noodige affairen, ofte oock in groote Plaatsen, daar
eenen alleen niet wel alle de Kinderen en souden konnen waarneemen, doch, het
selve sal niet geschieden sonder kennisse en toestemminge van de Magistraaten en
Kerckenraaden of Predikanten respective, daar sulcks van noode sal zijn, en
midts dat de selfde Ondermeesteren oock genoeghsaam daar toe zijn
gequalificeert, ende haar na dit Reglement reguleeren, soo veel het haar
aangaat, ten opsichte van de Kinderen te leeren, en in de Religie te
catechiseeren, met den aankleven van dien.
Lunæ den 27. Mey 1658.
Zynde gehoort het rapport van de Heeren Schoock, en andere haar Hoogh Mog.
Gedeputeerden tot de saaken van de Meyerye van 's Hertogenbosch, achtervolgens
der selver Resolutie van den twee en twintighsten deeses, gevisiteert ende
geëxamineert hebbende de Requeste van Cornelis Proeningh, geseyt Deventer,
Schout des Quartiers van Peelandt; Is naar deliberatie goedtgevonden en
verstaan, dat den voornoemder Schout by het onvermoogen van de Paapsche
Schoolmeesters, die in het voorschreeve Quartier bevonden sullen worden het
School-Reglement te overtreeden, en de Kinders geleert hebben, de gestatueerde
boeten en noodige onkosten sal vermoogen te eysschen van de Ouders, welckers
Kinderen by de voorschreeve Paapsche Schoolmeesters ter Schoole werden gevonden.
Aldus gedaan, gearresteert, gerenoveert ende geamplieert ter Vergaderinge van de
Staaten Generaal in den Hage den veertienden Martii sesthien hondert tachtigh.
Was geparapheert, J. de Brauw van Kethel, vt.
Onder stondt, Ter ordonnantie van de Staaten Generaal. Was
geteekent, H. Fagel.
Zijnde op het spatium gedruckt het cachet van haar Hoogh Mog. op een rooden
Ouwel, overdeckt met een papieren Ruyte.
© 2001 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net